Ariënne Groenewoud & Martin Eden - Lady Sings the Country Man - door Peter Joore
Anton Burger: ‘Drummers zijn van nature begeleiders’ - door Look J. Boden
Peter d’Hamecourt: ‘Ik heb heel wat wilde voetstappen in Vlaardingen liggen’ - door Peter de Lange
Atletiek beleefde gouden tijden op sportpark De Vijfsluizen - door Peter Spek
Jan Bouman, mijn held - door Ben van der Linden
Astrid Kersseboom wil haar geboortestad in het zonnetje zetten - door Peter de Lange
Nicole Philoména, phénoménal - Een Vlaardingse met een Mediterraan temperament - door Look J. Boden
Fred Piek: Farewell to Tarwathie - door Peter Joore
Sjoerd Pleijsier: ‘Die Bos-atlas van boekhandel Pontier heb ik nog steeds’ - door Peter de Lange
Het verboden paradijs - door Peter Spek
Harmen Siezen: ‘Ik heb een bijzondere band met Vlaardingen’ - door Peter de Lange
Ted van der Parre, een sterk verhaal - door Peter Joore
Vlaardings hitte - door Teuntje Verheul - Vreugdenhil, stadsdichter
De geuren van leer en gemaaid gras - door Kees Alderliesten
De laatste ronde op 13 September - door Benne van der Velde, Stadsdichter Vlaardingen 2008-2009
Ariënne Groenewoud & Martin Eden
Lady Sings the Country Man
Door Peter Joore
Het was muzikale liefde op het eerste gezicht. Een ‘spontane’ ontmoeting in restaurant LOENZ. Georganiseerd voor wat een dubbelinterview moest worden, maar een vlammende monoloog werd van twee bevlogen vocalisten. Nauwelijks kennis gemaakt met zangeres van de lichte muze en het betere kinderlied Ariënne Groenewoud en de country en Nederlandstalig gerichte Martin Eden, ontspon zich een gesprek waarbij de onderwerpen door het etablissement vlogen. Bij vlagen zo snel en geanimeerd dat mijn arme BIC pen bij somtijds een roodgloeiende inktpunt vertoonde. Het papier met een schroeilucht opzadelend.
Martin: ,,Zingen is altijd al, en nog steeds trouwens, een gevoel van creativiteit. Jezelf lekker voelen op dat podium of ergens achter in die zaal of dat café.”
Ariënne: ,,Al duurde het bij mij wel een tijdje voordat ik besefte dat ik niet alles van anderen moest laten afhangen.”
M: ,,Ik zing overal waar ze me vragen. Dat kan ook op een beurs zijn. Je bent dan wel vaak een eenling. En soms besef je dat je, zoals in mijn geval, vrijwel altijd zonder band, vanaf het moment dat ik begonnen te zingen – 1965 – wel altijd eenzaam bezig bent. Maar er is nog nooit een moment geweest dat ik met tegenzin het podium ben opgegaan. Het weekeinde is er nog altijd voor mij en mijn optredens.”
Dipje
Ariënne diept uit haar tas een promokaart en zegt: ,,Elke keer weer als ik naar die foto kijk,” ze laat ons de kleurenafbeelding met warme trots zien, ,,dan besef ik weer hoe gelukkig ik toen was. Als ik al eens in een dipje verkeer, dan pak ik die prent en binnen de kortste keren loop ik weer met een glimlach rond.” Ze vervolgt: ,,Ik heb met Erik Dikeb (‘De Pizzahut’ – 1980) opgetreden en die dacht mij van het podium af te blazen. Toen dacht ik: ‘Je komt maar op!’ Dat was even gewaagd, maar het werd een feest.” Zij volgt zoveel mogelijk het eigen gevoel. Bedrog is hierbij zelden aan de orde. ,,Je moet je laten gaan op dat podium en dan komt het allemaal goed.”
M: ,,Som speel je wel eens een potje toneel. Als het publiek wat aan de stugge kant is heb je het niet altijd even makkelijk. Publiek is als een schilderij dat je elke keer weer op nieuw moet inkleuren. Je probeert ze mee te laten doen. Dat is voor iedereen leuker. Lukt het niet, dan moet je een stuk harder werken.”
A & M samen: ,,Ja, en dan sta je soms zo te genieten van je eigen muziek, dat het publiek uit je belevingswereld wegvalt. Dan sta je op je roze wolkje te zingen. Voor wie? Voor jezelf. Dan heb je een grandioze avond, en geen toeschouwer die dat kan doorbreken.”
A: ,,Ik zing omdat er tenslotte toch brood op de plank moet komen, maar diep van binnen zou ik het allemaal gratis willen doen.”
Passie
Het verhaal neemt een wending. We gaan over op minder gevoelige feiten.
M: ,,In de jaren tachtig ben ik bij Pierre Kartner in de stal terecht gekomen. Daar heb ik een aantal mooie singles mogen maken. Met ‘Donder, donder nu maar op’ als grootste hit in 1988. Dat deed het best goed zo met de EK voetbal in Duitsland.” Martin Eden de zanger wordt voor even At van Ijperen, de voetballer die hij is geweest. ,,Tja, je treedt wel eens op voor een paar dronken koppen in Groningen en dan is het best een eind terug midden in de nacht. Maar ja, de passie vergoedt veel. Zo niet alles.”
A: ,,Zingen verandert je ziel. ‘Kom maar op’, denk je dan bij jezelf. Het maakt je sterker. Zingen is natuurlijk ook een vorm van aandacht vragen” Zij zingt ook regelmatig voor goede doelen. Dat combineert lekker met haar bedrijf. Evenementen organiseren en als het kan jezelf er bij verkopen.
Hoewel ik Martin Eden al jaren ken, moet ik hem toch nog steeds vragen waar zijn artiestennaam vandaan komt. Het blijkt dat mijn vage literaire vermoeden, dat de roman van Jack London uit 1909 hiervoor model stond, wordt bewaarheid. Ariënne houdt zich onledig met vele vormen van muziek. Soms speelt ze samen met een gitarist of pianist, dan weer gala met de Residence Big Band. En ook kinderliedjes mogen op haar warme belangstelling rekenen.
Tissues
Martin is meer de man die geniet bij de Eagles. Hij vertelt met nauwelijks verholen trots over de door zijn dochter een drietal jaren geleden gewonnen wedstrijd waardoor hij de mogelijkheid had een twintigtal minuten exclusief met bassist Timothy B. Schmit te kunnen kletsen. Van Golden Earring heeft hij ooit het nummer ‘Born a Second Time’ gekregen en tot eind jaren zeventig heeft hij regelmatig spotjes ingezongen. ,,Soms is taal in een nummer niet van belang,” zegt Ariënne, ,,ik hoorde eens de Portugese fado zangeres Maritza. Daar verstond ik niets van. Maar als iemand zo’n verhaal met hart en ziel ‘vertelt’, dan vallen alle grenzen weg. Zingt ze over een ongelukkige liefde of emotionele trouwpartij, dan ben je in staat om gelijk de tissues op tafel te toveren.’’ Ariënne Groenewoud en Martin Eden. Een geslaagde muzikale koppeling. De kans dat ze tijdens ‘De Laatste Ronde’ een duet gaan doen is niet geheel denkbeeldig.
Anton Burger: ‘Drummers zijn van nature begeleiders’
‘Even in de schijnwerpers is best lekker’
Door Look J. Boden
Meestal zit hij achterin op het podium, tussen de trommels. Tijdens ‘Op en Top Vlaardingen’ staat hij even voor het voetlicht. Anton Burger, een Bekende Vlaardinger die zijn sporen heeft verdiend in de (inter) nationale showbizz. ,,Vlaardingen is een heerlijke thuishaven,” zegt hij. Anton Burger een Bekende Vlaardinger? Jazeker, maar niet iedereen weet dat. Burger ging op tournee met het Glenn Miller Orchestra, werkte samen met onder anderen Joke Bruys en Denise Jannah en arrangeerde de Van den Ende musical ‘Joe’. Hij is een belangrijke schakel in een vaak groots geheel, maar hij staat nooit in de schijnwerpers. ,,Drummers zijn van nature begeleiders,” zegt hij. ,,Net als arrangeurs, trouwens. Vooraan is het licht vaak schel. Maar, eventjes vooraan is best lekker warm!” Wat heet: niet iedereen wordt zomaar uitgekozen om mee te draaien met het Glenn Miller Orchestra. De musicus Burger heeft dan ook een staat van dienst om U tegen te zeggen. Klassiek, Jazz of Musical: hij draait er zijn hand niet voor om. Tegenwoordig speelt hij in zijn eigen orkest, Big Burger Special. Bij thuiskomst straalt, om het in Acda &de Munnik –taal te zeggen, ‘ de rust hem tegemoet’. ,,Tot nu toe is Vlaardingen voor mij een heerlijke thuishaven na een optreden of tournee. Dat vind ik heel belangrijk. Een thuishaven - ondanks het feit dat hij een geboren Rotterdammer is. Betekent dat, dat hij ook trots is op ons knusse dorp? Burger lacht: ,,Het is een prachtige stad, maar ik stem niet op Rita.”
Zoveel gedaan, zoveel gespeeld, zoveel mensen gezien. Valt er voor Burger nog wat te wensen? Bijna niet. Alhoewel: ,,Een egoloze wereld zou mooi zijn.” Daar sluiten wij ons woordeloos bij aan.
naar boven...
Peter d’Hamecourt:
‘Ik heb heel wat wilde voetstappen in Vlaardingen liggen’
Door Peter de Lange
Peter d’Hamecourt (1946) weet alles van Koude Oorlog, glasnost en perestrojka. Op 12 juni komt de correspondent in Moskou van het NOS-journaal speciaal naar Vlaardingen om bij te praten met zijn oud-stadgenoten. Tijdens ‘Op en Top Vlaardingen’ in de Stadsgehoorzaal laat hij vooral anderen aan het woord. Hieronder enkele van zijn herinneringen aan zijn geboortestad.
,,Als je ouder wordt heb je de neiging om nog eens naar je wortels te kijken. Er liggen heel wat wilde voetstappen van mij in de straten van Vlaardingen. Je onstuimige jeugd laat toch de meeste krassen na op je ziel. Vandaar dat ik het wel aardig vind een keertje intensief terug te gaan.
Ik groeide op met Vlaggetjesdag en de aubade voor het oude stadhuis op Koninginnedag en in Finse scholen. Alles was keurig geregeld via de rijke schakering aan kerkgenootschappen. Ik ik groeide op in het milieu van de katholieke minderheid, die de sfeerrijke Johannes de Doper-kerk koesterde op de Hoogstraat.
De stad was altijd verdeeld. Eerst in religies, daarna in oude Vlaardingers en de nieuwe Vlaardingers, die in de wijken van de oliemaatschappijen woonden. De Shell-wijk, de BP-wijk of de Esso-straten. Zijn ze er nog?’’
Duivensport
,,De totaal mislukte stadsvernieuwing met de schandalige doorbraaak van het Liesveld en het viaduct dat nergens heen ging, was het begin van mijn journalistieke carrière.
Ik begon mijn loopbaan bij de Nieuwe Vlaardingsche Courant. Hoofdredacteur Wil Kortekaas had er grote lol in de stad en de stadspolitiek op stang te jagen. Het waren opwindende jaren voor een jongeman met grote ambities.
De duivensport was heilig in die dagen. Ik deed een zondagavond mijn sportdienst en moest ook de duivenberichten in de krant zetten van Keer Weer, de Postduif en hoe die clubs ook heetten. De man die de berichten kwam brengen vertelde dat het weer mis was. Een rampvlucht, honderden duiven niet teruggekeerd uit Valenciennes. Ik hoorde de man uit, want dit leek me nieuws, en bracht het op de sportpagina onder de grote kop 'Duivensport geteisterd door rampvlucht'.
De volgende dag ben ik bijna ontslagen. Duiven waren heilig. Over rampvluchten werd niet berricht, kreeg ik ingepeperd. We drukten alleen de uitslagen af van de wedvluchten. Het regende telefoontjes van woedende duivenmelkers die dreigden het kantoor van de krant kort en klein te slaan.’’
Kopstoot
,,Mijn collega's stelden me gerust in cafe Stadhouders, waar de lekkerste gehaktballen ter wereld werden geserveerd. Ik dronk er mijn eerste 'imitatie' en ook mijn eerste 'kopstoot'.
Ik was als jongste journalist op de redactie ook de man van de sport. Dus volgde ik Fortuna. We waren natuurlijk allemaal trots op het kampioenschap met Jantje Bouman als ster. Maar ik voetbalde natuurlijk zelf niet bij Fortuna. Dat deed je als katholiek niet. Wij katholieken voetbalden bij RK Willen is Kunnen (RKWIK). In de B- en de A-junioren leverden we veldslagen in de wedstrijden met de protestanten van de Zwaluwen. Dat ging er echt hard aan toe. Een soort heilige oorlog tussen de 'fijnen' en de vrije katholieken. Fortuna was van de goddelozen.
Rotterdam was nog geen magneet in die na-oorlogse jaren, zodat steden als Vlaardingen zich zelfstandig konden ontwikkelen. Ik herinner me, want ik deed ook verslag van de gemeenteraad, dat er veel ophef was over de eerste cultuurnota van de hervormde wethouder Van Minnen. Een cultuurnota in een suffe stad als Vlaardingen, het was een sensatie. Mijn wereldse hoofdredacteur maakte natuurlijk korte metten met de nota en het mondde allemaal uit in een bestuurscrisis die werd geleid vanuit de kamer van onze hoofdredacteur.’’
´Atletiek beleefde gouden tijden op sportpark De Vijfsluizen´
Door Peter Spek
Hans Scheffers, atleet en ex-voorzitter van atletiekvereniging Fortuna, maakte eind jaren vijftig kennis met Sportpark De Vijfsluizen, toen zijn vader er op zaterdagmiddag ging vissen en hij als jongetje van 10, 11 jaar mee ging om te kijken. ,,Hoewel geen werknemer van de Shell, had mijn vader op slinkse wijze een pasje weten te bemachtigen, want het was nergens beter vissen dan in de vijvers van het sportpark,’’ zegt Scheffers, die toen nog niet wist dat hij jaren later een gevierde atleet zou worden en uitstekende prestaties zou leveren op de atletiekbaan van hetzelfde sportpark.
Scheffers: ,,Vissen vond ik niks, dus het was pas vele jaren later dat ik er weer kwam, op ongeveer 17 of 18-jarige leeftijd, toen ik een keer getuige was van een atletiekwedstrijd. Achteraf moet het een Nederlands kampioenschap tienkamp geweest zijn, want ik herinner mij slechts louter goed gebouwde snelle en krachtige atleten. Atletiek was voor mij een relatief onbekende sport. Ik voetbalde bij Hermes DVS in Schiedam en ik had enige jaren getafeltennist.’’
De Vlaardinger ging studeren aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding en had als atletiekdocent Bram Leeuwenhoek, de latere chef de mission van de Olympische ploeg. ,,Hij adviseerde mij atletiek te gaan doen. Na een mislukte trainingssessie bij AVR in Rotterdam besloot ik in 1967 lid te worden van atletiekvereniging Fortuna. Dit bleek niet alleen dichter bij huis, maar bovenal een veel gezelliger vereniging. Mijn specialiteiten waren hink-stap-springen en verspringen, zoals Bram Leeuwenhoek met zijn kennersblik al had geconstateerd. Daarnaast kon ik aardig uit de voeten op de tienkamp. Al spoedig behoorde ik tot de betere tienkampers van Nederland, samen met mijn clubgenoten Roel Keus en Peter van der Hoek,’’ zegt Scheffers met enige trots.
De Nederlandse kampioenschappen tienkamp werden eind jaren ’60, begin jaren ’70 nog steeds op het Shell Sportpark gehouden; van 1954 gebeurde dat negentien jaar achtereen. Eef Kamerbeek, jarenlang de grote kampioen, was inmiddels voorbijgestreefd door Edward de Noorlander, en die weer door Hans Smeman. In 1970 hadden Hans Scheffers en de andere talentvolle Fortuna-atleet op de tienkamp, Roel Keus, zich gekwalificeerd voor de nationale titelstrijd op De Vijfsluizen. ,,Een thuiswedstrijd dus voor ons beiden met extra veel publiek. Roel werd achtste en ik tiende, maar wat mij het meest is bijgebleven, was de geweldige wedstrijdambiance. De onderlinge sfeer tussen de tienkampers was, en is naar ik weet nog steeds, ongeëvenaard en De Vijfsluizen met zijn voortreffelijke faciliteiten maakte de zaak compleet,’’ weet Hans Scheffers zich te herinneren. Ton Leeuwis, beheerder van het sportpark en zelf oud-atleet, deed er alles aan om voor ´zijn atleten´ en begeleiders optimale condities te scheppen.
Roel Keus, de beste tienkamper van Fortuna, is nooit hoog geëindigd op deze titelstrijd op het sportpark. Clubgenoot Peter van der Hoek, minder talentvol dan Keus en Scheffers, bereikte in 1972 een niet verwachte derde plaats na op het laatste onderdeel en zijn specialiteit, de 1500 meter, vele concurrenten te hebben gepasseerd. Scheffers: ,,Zelf werd ik een jaar later vierde, maar toen was het evenement voor het eerst verplaatst naar de kunststofbaan van Papendal. Een betere baan weliswaar dan de sintels van het sportpark, maar in geen enkel opzicht een vergelijkbare ambiance. Met heimwee keken de tienkampers toch terug op de strijd in Vlaardingen.’’
Niet alleen deze tienkampkampioenschappen werden op de Vijfsluizen gehouden. Ook de andere atleten van Fortuna profiteerden van de uitstekende atletiekaccommodatie. ,,Omdat de ROVS ook een goed florerende atletiekafdeling had, was er sprake van een nauwe samenwerking met de atletiekvereniging Fortuna. Joop Tournier was er jarenlang trainer en gedurende korte tijd ook trainer van Fortuna. Er werden in die jaren vele atletiekwedstrijden, waaronder jeugdwedstrijden, op het Sportpark gehouden. Zo organiseerde Fortuna er in 1970 bij gebrek aan een eigen volwaardige accommodatie een legendarische competitiewedstrijd in de eerste klasse, waarbij Peter Spek de 100 meter liep in de onwaarschijnlijk snelle tijd van 10.4 seconden,’’ aldus Hans Scheffers
Het waren niet alleen deze atletiekontmoetingendie voor een nauwe samenwerking zorgden tussen de ROVS en Fortuna. Hans Scheffers: ,,Rond de kerstdagen waren Ton Leeuwis en zijn team gastheer voor alle Vlaardingse atleten en atletes voor een prestatieloop op het Shell Sportpark, de zogenoemde ´erwtensoeploop´. Het sportpark had toen een aanzienlijk grotere oppervlakte dan tegenwoordig. In latere jaren voerde de loop naar Park ’t Nieuwelant, met echter altijd start en finish op de atletiekbaan. Na afloop zaten alle deelnemers in de foyer aan de erwtensoep en wisselden atletiekervaringen uit. Het waren gouden tijden, tijden om nooit te vergeten.’’
Door Ben van der Linden
Iedereen heeft zo zijn helden. Helden zijn vaak onbereikbare idolen, lichtjaren verwijderd van het alledaagse leven. In ons voorstellingsvermogen onttrekt de held zich aan alle wetmatigheden waaronder wij zo vaak gebukt gaan. We kennen hem bijna bovenaardse krachten toe, hij die zo dicht bij de sterren staat. Nee, mijn lichtende voorbeelden waren geen pianisten of dirigenten, maar eerder mensen als de legendarische Russische doelman Lev Yashin die in onnavolgbare stijl de meest onmogelijke reddingen verrichtte, en zwemster Dawn Fraser op wie ik heimelijk verliefd was, en die voor mij, als niet-ervaringsdeskundige, nog onbereikbaarder werd na de onthulling dat ze vlak voor een belangrijke wedstrijd graag de liefde bedreef. Alleen de Beatles en even daarna The Rolling Stones konden concurreren met deze mythische figuren.
Maar een held kan ook in je eigen stad wonen, met de kans dat je hem zelfs zou ontmoeten. Jan Bouman, de midvoor van Fortuna Vlaardingen, maakte dat als toenmalige semi-prof mogelijk door bij Coster Herenmode op het Liesveld te werken. Natuurlijk moest mijn nieuwe pantalon daar aangeschaft worden.
Het werd een bruine, een kleur die ik daarna nooit meer gedragen heb. Als puber met op volle toeren draaiende hormoonproductie bracht ik menig uur door langs de lijn bij Fortuna. Zelf voetballen zat er niet in als zware asthmaticus; zelfs het als toeschouwer bijwonen van een wedstrijd werd door mijn ouders als bedreigend voor de gezondheid beschouwd. Dit mocht niet verhinderen dat ik mij iedere veertien dagen toch aandiende in de Borneostraat, om samen met mijn klasgenoot Ben van Rossum en zijn broers Frans en Leo de gang naar het knusse veld aan de Floreslaan te maken. De opwinding waarmee ik van huis was gegaan werd vanaf de Borneostraat nog versterkt door het feit dat aan de overzijde de moeder van Fortuna’s stopperspil Sjaak Jansen woonde.
De familie van Rossum tooide zich in rood-gele sjaals en zo togen we op weg. Op onze aanlooproute door de Indische Buurt nam met de groeiende mensenmassa de spanning evenredig toe, om zich bij het bereiken van het toegangspad naar het veld te ontwikkelen tot pure nervositeit. De geur van vers gemaaid gras vermengd met sigarettenrook schiep een verwachtingsvolle atmosfeer die ik ieder moment weer in me op kan roepen.
En dan de verterende vraag: hoe zou de opstelling zijn; was iedereen wel fit en konden we op oorlogssterkte aantreden? Als Jan Bouman niet ontbrak kreeg je het geruststellende gevoel dat alles in orde zou gaan komen. Voor mij bestond er maar één vaste formatie; als Rinus Gosens iemand anders had opgesteld noemde ik die een "reserve". Dan kwamen de ploegen eindelijk het veld op. Altijd op een drafje, in tegenstelling tot de statige wijze waarop Champions League-deelnemers het veld letterlijk betreden. Het straalde iets uit van opgestroopte mouwen en "we hebben er zin in". IJzersterk vond ik de outfit met de gele horizontale streep op het rode shirt; dat heb ik nooit nog ergens teruggezien. Leerzaam was het om te ontdekken hoezeer de emoties met je op de loop konden gaan. Het was een simplistische wereld, waarin SVV de persoonlijke vijand was die geëlimineerd diende te worden.
Ooit was er een televisiereeks over Nederlandse hooligans waardoor ik plotseling de link zag tussen ons supporterschap van toen en de primitieve wijze waarop men zich nu identificeert met elf mensen met wie strikt genomen geen enkele binding meer bestaat. Maar wat moet je voelen bij een ploeg waarin 9 verschillende nationaliteiten rondlopen die vanuit alle hoeken van de wereld "aangekocht" zijn? Trouwens, dat verschrikkelijke woord "aankopen": mensen schaf je niet aan, die bied je hooguit een contract aan. De Fortunezen van 1962 waren in ieder geval allen uit de directe omgeving afkomstig. Het verschil was verder dat het bij ons om tijdelijke puberale stuiptrekkingen ging en dat wij geen aanvechting hadden tot enige vorm van vandalisme; ons favoriete scheldwoord was "proleet" (we zaten tenslotte op de hbs), dat ik nog steeds een bevredigende term vind. De kampioenswedstrijd tegen DHC beleefde ik als in een roes. Achter het doel van Piet Lagarde heerste een euforie die alleen nog geëvenaard zou worden toen Feyenoord, dat in die tijd zeven internationals telde, nota bene in de Kuip met 2-3 uit het Bekertournooi werd gekegeld. Het was Fortuna's allereerste wedstrijd bij kunstlicht. In de eerste beslissingswedstrijd tegen Heracles sloeg het noodlot toe: Jan Bouman viel uit en zou bij de uitwedstrijd in Almelo niet meer van de partij zijn. De gevolgen zijn bekend.
Hoe zou Vlaardingen er heden ten dage hebben uitgezien als dat allemaal anders was gelopen? Zou Jan dan nu de nieuw gekozen burgemeester zijn geweest?
Ik zag hem daarna nog spelen in het Rotterdams elftal op het Kasteel, een prestatie die Sjaak Jansen hem nog nadeed. Stel je voor, een stadgenoot die bij de grote jongens hoorde! Nog zie ik de badjassen voor me waarin de ploegen na afloop waren gehuld. Zoiets hoorde bij het Italiaanse voetbal; het bleek een voorbode van de internationalisering die zich in hoog tempo zou voltrekken. Later, in mijn periode met Paul van Vliet, mocht ik nog vaak ervaren wat het betekent om deel uit te maken van iets groots, als in een uitverkocht Carré bij 1.800 mensen tegelijk een vonk oversloeg, een onstuitbare lach door de zaal ging of bij een verstild lied plotseling een collectieve ontroering ontstond. Die meeslepende emotie, die heroïek, dat is diep geluk. Hoe elf rood-gele jongens zich zondag 27 mei 1962 gevoeld moeten hebben kan ik raden. Ik zal het nooit vergeten.
P.S. Beste Jan, Ton Stolk zoekt nog steeds naar zijn bril die hij kwijtraakte toen je na afloop in de feestende meute op zijn schouders belandde.
Ben van der Linden
Astrid Kersseboom wil haar geboortestad in het zonnetje zetten
‘In Vlaardingen is het altijd mooi weer’
Door Peter de Lange
Als presentatrice van het NOS Journaal, behoort Astrid Kersseboom (1966) tot de bekendste tv-persooonlijkheden van Nederland. Met haar opgeruimde verschijning, haar open blik en haar prettige stem weet ze de kijkers ook bij slecht nieuws moeiteloos op hun gemak te stellen. Ze heeft een lange staat van dienst als presentator. Ze werkte onder andere bij Omroep Brabant, het Radionieuws en Studio Sport.
Astrid Kersseboom is een geboren Vlaardingse, die de stad waar ze opgroeide altijd een warm hart is blijven toedragen, ook al woont ze sinds 1984 elders. Ze werkt graag mee aan de presentatie van ‘Op en Top Vlaardingen’ in de Stadsgehoorzaal.,,Omdat ik het leuk vind mijn geboortestad eens in het zonnetje te zetten,’’ zegt zij. Ofschoon ze er meteen aan toevoegt dat dat misschien niet eens nodig is, want in haar herinnering scheen, toen zij er nog woonde, in Vlaardingen altijd de zon. ,,Ik heb een leuke jeugd gehad in Vlaardingen. Eerst in de Westwijk, later in Holy. Wel staat Vlaardingen in mijn geheugen gegrift als een zeer protestantse plaats. Wij waren thuis katholiek. In de jaren '70 was het nog zo dat op zondag alleen de katholieke en de heidense kindjes op straat speelden.’’ In die jaren ook was zij als scholier een regelmatige bezoeker van sportcomplex De Vijfsluizen. ,,Ik herinner me vooral de sportdagen voor de basisscholen, die daar werden gehouden. Leuke dagen waren dat, met heel veel scholen en heel veel kinderen. En, maar dat zal mijn geheugen ongetwijfeld onterecht zo inkleuren, het was altijd mooi weer op die dagen.’’
Haar leukste herinnering is de viering van het 700-jarig bestaan in 1973. ,,Ikzie het logo nog zo voor me: een gestileerde vis. Ik had er onder andere een t-shirt van. En er was in de binnenstad toen van alles te doen. En, ik heb daar blijkbaar vaker last van: het was tijdens die viering altijd mooi weer.;’’
Astrid Kersseboom komt nog regelmatig naar Vlaardingen omdat haar ouders er wonen. Verder is de stad dikwijls in haar gedachten. ,,Het valt me altijd meteen op als ik hoor of lees dat iemand uit Vlaardingen komt. Ik onthoud dat ook, want je hebt dan toch iets gemeen.’’
Nicole Philoména, phénoménal
Een Vlaardingse met een Mediterraan temperament
Door Look J. Boden
Bij het horen van haar stem zou je niet vermoeden met een plattelandsdochter uit Nederland van doen te hebben. Wanneer zij op het podium verschijnt, ontstaat er een muzikale happening. Nicole Philoména tovert met haar passie zowel vrolijke als droevige liedjes om tot een sterk doorvoelde emotie met een vleug Vlaardingse haringnuchterheid.
Je woont in Vlaardingen. Ben je trots op de stad?
In 2003 ben ik in Vlaardingen komen wonen. Ik hou van de rust van het platteland en moest erg wennen aan de stad. Toch vind ik het een prettige plek om mijn kinderen op te laten groeien. Het is groter dan een dorp en kleiner dan een wereldstad als Rotterdam en er is hier genoeg te doen en te beleven voor jong en oud. Naast een gemoedelijke en open sfeer zie ik hier veel intitiatief voor nieuwe dingen.
Ik ben nogal op mezelf en meng me daarom niet zo snel en makkelijk in het Vlaardingse leven. In een verdrietige periode in mijn leven ben ik hier komen wonen, waardoor mijn blik lang vertroebeld is geweest en ik me lang af heb gevraagd wat ik van Vlaardingen moest denken. Ik heb het getracht te verwoorden in een gedichtje.
ongekende luchten (juli 2007)
ik woon in de Randstad
onder voortdurende rook
van chemiegigant Pernis
met gevoelige luchtwegen
weet ik maar al te goed
wat luchtvervuiling is
ook de snelle wegen hier overal
in de buurt
zorgen voor een monotoon gedreun
dat mijn gemoed
een depressieve kant
uitstuurt
nooit eerder zag ik
in de tuin
op mijn meubels zoveel roet
nooit eerder ervoer ik
de geur van natuur verjaagd
door een lucht
die ook mensen vluchten doet
toch ga ik mij aan deze plek
meer en meer hechten
hier is waar ik leef,
lieve mensen heb ontmoet
waar ik voor mijn geluk
heb kunnen vechten
hier is waar ik in stilte
vrede heb gesloten
met MIJ
hier kreeg ik de tijd
het leven te genieten
komt berusting
dichterbij
Welke andere Vlaardinger vind jij inspirerend?
Mijn vriend, gitarist Erwin Kandou. Bij hem kan ik mij zowel persoonlijk als muzikaal ontwikkelen. Altijd vinden wij weer een mogelijkheid om een stapje verder te gaan.
Is Vlaardingen een muzikale stad?
Ik denk van wel. Om me heen zie en hoor ik dat er veel en enthousiast muziek wordt gemaakt. Maar niet dat alleen. Ook het publiek staat hier open voor allerlei soorten muziek.
Vind jij dat er voldoende muzikale educatie in Vlaardingen is?
Ik zou daar graag op willen antwoorden, maar ik heb geen flauw idee. Ik weet dat er een muziekschool is en er zal ook vast veel privé les worden gegeven.
Wat betekent muziek voor jou?
Muziek is lucht geven aan mijn hart. Ritme geven aan mijn leven. Ik voel me goed en vrij als ik zing en ik kan er anderen mee raken.
Maar het betekent niet dat er geen dag is zonder muziek. Af en toe wil ik dat het stil is. Dan kan er bijvoorbeeld ineens een gedicht bij mij opkomen. Heerlijk alleen zijn met mezelf. Ik hou van de stilte. Nooit gedacht dat ik daar zo van kon genieten. Muziek beleef ik ook veel intenser na een stille periode. Alsof allles weer nieuw is.
Je zingt liedjes in verschillende stijlen. Heeft Vlaardingen invloed op jouw muziekbeleving en inspiratie?
Ik zong die stijlen al voordat ik in Vlaardingen kwam wonen. Mijn muziekbeleving en inspiratie zijn gebaseerd op de muziek- en levensstijlen uit verschillende landen, mijn eigen achergrond, mijn gevoel, emoties en de muzikanten met wie ik speel. Dat is niet veranderd sinds ik in Vlaardingen woon.
Schrijf je zelf muziek?
Erwin en ik maken sinds kort muziek op eigen en bestaande teksten. We inspireren elkaar en er komen al heel mooie dingen uit.
Er komt een eigen cd. Wordt dat een keerpunt in je carrière?
Er zijn heel veel muzikanten met een prachtige cd, waar je helaas zelden tot nooit wat van hoort. Dus ik maak me geen illusies. Ik wil echter vastleggen wat ik doe en waar ik goed in ben. Voor mijn publiek en voor mijzelf. Nu ik ook eigen werk maak, wil ik daar ook wat van laten horen. Ik weet niet of het een keerpunt zal worden, dat zullen we achteraf moeten bekijken. Wel zal het een bevalling zijn. Ik hoop dat het een mooi kindje wordt.
Wat is je droom voor de toekomst?
Praktisch: ik wil een mooie cd maken en doorgaan in het proces van eigen werk maken. Persoonlijk: mijn droom is dat ik gelukkig ben, mijn kinderen vrolijk en gezond zie opgroeien, dat ik uiting mag blijven geven aan mijn leven, of dat nu zingend is, dichtend of op een andere manier. Als het maar bij me past. Mijn droom is om hier en nu, onder de gegeven omstandigheden gelukkig te zijn.
Fred Piek: Farewell to Tarwathie
Door Peter Joore
Farewell to Tarwathie adieu Mormond Hill
And the dear land of Crimmond I bidye farewell
I’m bound out for Greenland and ready to sail
In hopes to find riches in hunting the whale
Drinken is een slechte eigenschap. Toch drink ik wel eens. Zo zijn er momenten in het leven die een onuitwisbare indruk achterlaten. Alles klopt, is goed en de wereld lacht je toe. 1976. Mijn eerste whisky. Laphroaigh. Goudgeel en turfachtig van smaak. Mijn eerste vriendinnetje – er zouden er nog enige volgen – op de zolderkamer. Op de achtergrond die LP van Fungus. De warme stem van Fred Piek. Kant 2: ‘Farewell to Tarwathie’. Een nummer over de walvisvaart. Dat past wel een beetje bij Vlaardingen. Hoewel de ene visvangst de andere niet is. Dan neem ik mijn eerste, tot tranen toe ontroerende, slok en voel haar hand schuchter op mijn dij. ‘Bijna man,’ gaat het trillend door mij heen. Ik zink weg in een middag van geluk.
Krochten
Op de ondergrens van de Top 2000 houdt ‘Kaap’ren Varen’ al jaren moedig stand. Als dat geen mannen met baarden zijn. Na met ‘Farewell to Tarwathie’ een door Negram vrij naamloos singletje te hebben uitgegeven, gaat het snel bergopwaarts met Fungus. In 1974 de eerste LP met de bekende hit. Folkmuziek stapt schuchter uit de diepe krochten der vrijwel vergeten muzieksoorten. Toegevoegde elektrische muziekelementen schieten bij een enkeling in het verkeerde oorgat. Maar 20.000 verkochte exemplaren vertellen een ander verhaal. Frontman Fred Piek, de Friese gitarist en mandolinespeler Sido Martens, toetsenist Kees Maat, bassist en zanger Koos Pakvis en drummer Louis Debij zijn de leden van dat moment. Dat Koos Pakvis samen met ‘De Laatste Ronde’ initiator Ben van der Linden in de jaren ‘60 en Jacques van de Blink nog een trio hebben gevormd is in dit geval een leuk weetje. De muziek van Fungus staat in de folkwereld als ‘heftig’ te boek. Maar platenmaatschappij Negram, een soort muzikale mecenas in die tijd die bands als het Brabantse C.C.C. Inc. onder haar hoede heeft, houdt de volkse poot stijf en blijft mogelijkheden genereren om platen te maken en volop te toeren.
Pinkpop
Fred Piek: ,,Het was in die tijd, zonder internet dus, lastig om Oudhollandse teksten te vinden. Maar het radioprogramma ‘Onder de Groene Linde’, waar vergeten Nederlandse liedjes door blozende boerendochters van weleer de mondeling overgeleverde versies ten gehore gaven, bood uitkomst. En alles werd vastgelegd door ene Ate Doornbosch. Dat was voor ons een goudmijn. In Engeland was dit van een geheel andere orde. Daar kwam je na iedere zomer met een tas vol ‘nieuwe’ songs thuis.” Dat de leden van Fungus in die tijd allen baarden hadden bepaalde althans voor in ieder geval een deel het succes van dit nummer.
Piek: ,,In 1974 mochten we op Pinkpop optreden. Een feest. Het podium delen met Status Quo, Steeleye Span, Rory Gallagher, Steve Harley & Cockney Rebel en Captain Beefheart! Nog jaren daarna kregen we van organisator Jan Smeets een backstage pas. Daar heb ik veel plezier van gehad.”Het leven na Fungus kenmerkte zich door een gestaag ontwikkelende muzikale veelheid aan uitingsvormen. In 1979 de Amazing Stroopwafels en hits als het hilarische ‘Ome Kobus’ en het mooie, uit het Engels vertaalde, ‘Oude Maasweg’. Een luisternummer dat bij de jaarlijkse Tour de France radio uitzendingen regelmatig de ether wordt ingeslingerd. Samen met stadgenoot en dichter Lévi Weemoedt, toen leraar Nederlands aan Westland Zuid, optredens gedaan en een plaat gemaakt.
Beetje eng
Piek: ,,Dat was gedurfd materiaal. De gedichten van Lévi voorzien van mijn muziek. Heel ingetogen en toch een feestelijke boel en veel melancholische humor met dubbele bodem. We hadden al direct in de gaten dat ieder gedicht een eigen metrum heeft. Ritmiek. Als je die weet te raken, dan wordt een gedicht vanzelf een liedje.”
Een briefje met daarop de woorden van de dichter: ,,Ik kan het niet meer aan…” betekende het einde van de samenwerking. Piek: ,,Het was voor Lévi een grote opgave om elke keer weer het podium te beklimmen. Hij vond publiek een beetje eng.”
Dan de periode van het avant-gardistische Drie Heren (1983 – 1985). Samen met Joost Belinfante en Friedrich Hlawatsch. Hun wieg stond in de boerderij van C.C.C. Inc. ,,We hebben ook nog een mini LP gemaakt: ‘Ik Zag Drie Heren.’ Het voorprogramma van Doe Maar en ook op het grote afscheidsconcert mochten zij voor duizenden gillende meisjes de boel opwarmen. ,,Dat Doe Maar ooit in een vrijwel lege Bwana (jeugdsocieteit in Vlaardingen) speelde zal niet iedereen meer weten,” herinnert Piek zich.
Maar nog is Piek, de baard en het woeste zwarte haar door de jaren heen ingeruild voor een meer gedistingeerde witte variant, niet klaar met musiceren. ,,Hoewel niet langer als professioneel muzikant,” hij nipt bedachtzaam aan een Gulpener biertje. “Maar muziek blijf ik maken.”
Verzamel-cd
Nog steeds speelt hij bij gelegenheid samen met een uitgedunde versie van Fungus. Met Sido Martens en Louis Debij staan ze nog in den lande op het podium. ,,De manier van spelen, de zetting is soms iets veranderd, maar het blijft Fungus.”
De laatste jaren is hij actief met oud Berini-zangeres Marjolein Meiers: Annie en de Cowboys. Een country feest zonder rodeo. Veel muziek uit de jaren ‘30 – ‘50 van de vorige eeuw. Met natuurlijk een stevige echo van de Berini’s en Fungus.
Momenteel is Piek op zondagmiddag bij TV Rijnmond in ‘De Koning van de Maas’ te zien. Samen met bekende Rotterdamse muzikanten liedjes uit de oude doos zingen. Joris Lutz, Lee Towers, Loes Luca en Pierre van Duijl. Om maar een paar namen te noemen.
Fred Piek. Voorlopig nog niet klaar met de muziek. En dan is er nog die Fungus verzamel CD in 2000 uitgekomen. Nog steeds te bestellen via de site. Optreden? Graag en veel! Fred Piek. We zijn nog lang niet van hem af. Maandenlang toeren door Engeland, Duitsland, Denemarken en België. Zoals toen? ,,Ook goed. Daar zie ik nog steeds naar uit.” Of het gaat gebeuren? Dat hangt af of de folkmuziek 30 jaar na dato een nieuwe opleving teweeg kan brengen.
Sjoerd Pleijsier: ‘Die Bos-atlas van boekhandel Pontier heb ik nog steeds’
Door Peter de Lange
In zijn jeugd was voetballen zijn lust en zijn leven. Sjoerd Pleijsier (1954) zat aan de tradio gekluisterd als de voetbaluitslagen werden voorgelezen. In de rol van Simon Stokvis mag hij graag terugkeren naar die tijden, toen geluk nog heel gewoon was.
Op zondagmiddag 1 juni komt de acteur lijfelijk terug naar de plaats waar hij als kind speelde op de zandbergen bestemd om de A20 aan te leggen. Op het voetbalveld van Victoria, dat daar vlakbij ligt, brengt hij met het Vlaardings Musical Gezelschap een aubade aan Fortuna – ook een club die hij op de voet volgde, al voetbalde hij zelf elders.
Sjoerd groeide op in de flatwijk achter de Van Hogendorplaan, toen een geliefde buurt met moderne woningen. Maar het gezin Pleijsier verliet Vlaardingen toen Sjoerd acht jaar was; vader werkte in Hoek van Holland en kon daar een groter huis krijgen. De acteur denkt met plezier terug aan zijn kinderjaren in de haringstad. Bij boekhandel Pontier ontdekte hij hoe groot de wereld is, toen hij er tijdens de kinderboekenweek de kinder-Bosatlas cadeau kreeg (‘Die heb ik nog steeds’). En in het Emaus - hij zat op de Jan Ligthartschool – leerde hij dat de wereld absurde kantjes heeft.
,,Op weg naar school kwam ik langs de familie Waardenburg. Die hadden een zwerver in huis. Een man die Arie de Biebel werd genoemd. Hij sliep op zolder en liep elke dag naar Kethel heen en weer. Heel mysterieus, allemaal.’’ In die jaren woonden nogal wat familieleden van Sjoerd in Vlaardingen. Zijn opa en oma uit Amsterdam waren er speciaal heen verhuisd om een haringhandel te beginnen. Nu heeft hij er alleen nog een tante wonen. De band met met de stad is in de loop der tijd losser en losser geworden. Eenmaal verhuisd naar De Hoek, ging hij als kind nog een tijdje met zijn ouders mee naar de Remonstrantse Kerk aan de Hoflaan. Sjoerd zat daar op zondagsschool. De enige bestemming die hij aandoet als hij tegenwoordig Vlaardingen bezoekt, staat daar vlakbij: ,,De Stadsgehoorzaal. Daar speel ik met enige regelmaat.’’
Door Peter Spek
Vanuit India, waar hij werkt voor Nestlé, meldt voormalig atleet Roel Keus dat hij in 1956 kennis maakte met het sportpark De Vijfsluizen. ,,In dat jaar verhuisden wij van Rotterdam naar Vlaardingen. Ik was zeven. Wij betrokken een nieuwe flat op de hoek van de Sneeuwbalstraat en de Primulastraat, tegenover de Nicolaas Beetsschool. Mijn vader werkte voor de Koninklijke Hollandia aan de Oosthavenkade. Er was woningnood en de flat en omgeving waren een geweldige verbetering voor kinderen uit de grote stad. Een groot park, een speeltuin, een rolschaatsbaan en de in aanbouw zijnde flats boden eindeloze mogelijkheden om te spelen en kattenkwaad uit te halen. Het ´t Nieuwelantpark vormde de oostgrens van de stad. Daarachter begonnen de landerijen,’’ aldus Roel Keus.
Met de buurjongens Jan en Dikkie van Eck gingen Roel en zijn broer dikwijls vissen. ,,Onze visexpedities brachten ons steeds verder van huis. Via een tunneltje onder de spoorbaan kwamen wij in een geheel nieuw gebied. Daar was het BPM sportpark, zoals wij dat toen noemden. Het was omringd door een vijver waarin veel vis zat, karpers, voorns, baarzen, grondels, palingen, meunen, van alles. Het was erg spannend vissen, want het was ten zeerste verboden en bovendien wist je nooit wat je boven water ging halen. Wij visten dus stiekem, achter bosjes. Wij konden heel hard lopen als de politie kwam. Misschien is hier wel de basis gelegd voor mijn atletiekcarrière’’
,,In dat zelfde avontuurlijke gebied was een prachtig watertje dat wij ´het slootje´ noemden. Het had een betonnen pijp waar water uit kwam, de waterval. Samen met Rein Pot, mijn beste vriend, heb ik daar vele dagen doorgebracht, dijken gebouwd en kanalen gegraven. Wij vingen salamanders, stekelbaarsjes, palinkjes en een heleboel andere waterdiertjes. Er waren ook volkstuintjes en sportvelden. Het sportpark grensde aan dit gebied, maar bleef ontoegankelijk voor ons. De statige ingang met het grote hek maakte veel indruk.’’
De eerste keer dat Roel Keus het sportpark betrad was tijdens een sportdag van de HBS. Hij weet nog dat zijn broer Hans ´Broer Hans won de hardloopwedstrijd door het park en ik kan mij een foto waarop hij op een van de paden in het park loopt nog goed herinneren. Wij bewonderden het zwembad, de schitterende atletiekbaan, de sporthal, de kleedkamers, de tribune en het restaurant. Dit moet omstreeks 1962 geweest zijn´, aldus Roel Keus.
´Toen ik vijftien was werden Hans en ik lid van de atletiekvereniging Fortuna, opgericht door Dick en Sjaan Ringlever. Aanvankelijk trainden wij op clubavonden in het Hof. Daarnaast trainden wij met een groepje regelmatig in het ´t Nieuwelantpark. De ster van de club was in die tijd Hennie Smit, winnaar van de Gouden Spike in Leiden op de 800 meter in de snelle tijd van 1 minuut 50.2 seconden. Voor mijn eerste horderaces oefende ik over een bank in het dat park. Een jaar later kregen de club een eigen atletiekbaan in de Westwijk, wat natuurlijk een geweldige verbetering was´.
Door de atletiek kwam Roel Keus regelmatig op het sportpark. Eerst nog als toeschouwer later tijdens internationale atletiekwedstrijden als atleet. ´Ik herinner mij Dave Hemmery, Olympisch kampioen op de 400 meter horden die toen op het sportpark ook een 400 meter liep. Daarna als deelnemer tijdens clubcompetities die wij niet op onze eigen atletiekbaanbaan aan de Zuidbuurtseweg konden houden omdat deze niet voldeed aan alle eisen. Wij hadden in die tijd een geweldig goed team en telden landelijk mee. Ik kan mij de tijd van Peter Spek op de 400 meter nog herinneren van 49.1 seconden, er is nog altijd na ruim veertig jaar niet sneller gelopen en is nog een clubrecord bij Fortuna´.
Roel Keus deed ook mee aan de Nederlandse kampioenschappen tienkamp op het sportpark. ´Voor een van deze wedstrijden had het sportpark kunststof aanlopen gecreëerd voor het verspringen door gebruik te maken van oude transportbanden. Dat moet voor Nederland de eerste keer geweest zijn, dat er op dit materiaal werd ver gesprongen´.
´Ik ben nog een paar maanden trainer geweest bij de atletiekvereniging ROVS tijdens de afwezigheid van de vaste trainer. Dat was een leuke tijd en als student kon ik de kleine bijverdienste best gebruiken. Mijn laatste optreden op de Vijfsluizen was tijdens een reünie van Fortuna in 1983. Ik werkte toen al buiten Nederland en had niet veel tijd gehad om mijn conditie op peil te houden. Ik scheurde mijn Achillespees bij het hoogspringen. Ik ben zelf nog naar het Holy Ziekenhuis gereden met mijn hiel op het koppelingspedaal´.
´Ik woon en werk nog steeds in het buitenland en heb het sportpark sinds 1983 niet meer gezien. Door de aanleg van de Beneluxtunnel had de omgeving al veel van zijn charme verloren. Ik ben nu natuurlijk erg benieuwd wat er met het gebied gaat gebeuren. Het sportpark dateert uit een tijd dat grote bedrijven dit soort recreatiemogelijkheden voor hun mensen creëerden. Het heeft mij en talloze anderen heel veel plezier bezorgd,’’ besluit Roel Keus.
Harmen Siezen: ‘Ik heb een bijzondere band met Vlaardingen’
Door Peter de Lange
Wie is er beter geschikt om artiesten te introduceren op een Vlaardings evenement dan de in het vak doorknede radio- en tv-presentator Harmen Siezen, een man met wortels in de stad én in de muziek? Een man met bovendien een twinkeling in de ogen, die verraadt dat hij van zijn vak én van mensen houdt.
Harmen Siezen (1940) zelf behoeft nauwelijks een introductie. Samengevat: diskjockey bij Radio Veronica, presentator bij de TROS en nieuwslezer bij het NOS Journaal. Zijn stemgeluid, later aangevuld met zijn gelaatstrekken, maakten tientallen jaren deel uit van het dagritme van miljoenen nederlanders. Velen beschouwen hem als de beste nieuwslezer die Nederland ooit heeft gehad.
Siezen is van oorsprong geen Vlaardinger. Maar hij heeft wel een heel bijzondere relatie met Vlaardingen.
,,Mijn band met Vlaardingen is op zeer jeugdige leeftijd ontstaan: mijn grootvader Siezen was burgemeester van Vlaardingen vanaf 1937. Toen ik in 1940 werd geboren ben ik in de oorlogsjaren meerdere malen naar Vlaardingen gereisd om op de Schiedamseweg bij mijn grootouders te logeren. In de oorlogsjaren moest mijn opa zijn ambt opgeven onder druk van de Duitse bezetter. Hij werd stiekem naar het ziekenhuis aan de Hofsingel overgebracht. Ik mocht niet verraden dat hij daar was ondergedoken en daarom moest ik, als ik hem ging bezoeken, zeggen dat ik op zoek was naar ‘mijnheer de Bruin’. Dat was in werkelijkheid opa Siezen.
,,Een paar jaar geleden was ik in Vlaardingen in het streekmuseum van Jan Anderson om er een filmpje in te spreken over de bevrijding. In die unieke opname zag ik mijn grootvader met hoge hoed in een open auto de stad binnenrijden, toegejuicht door duizenden bevrijde Vlaardingers. Ik ben na het bezoek aan het museum ook op het stadhuis geweest bij de burgemeester, die mij de oude werkkamer van mijn opa nog kon laten zien. Vlak na de oorlog, ik was een jongetje van een jaar of zes, leidde mijn opa me rond door het stadhuis en door het politiebureau eronder. Vooral dat laatste vond ik zeer interessant. Er zijn toen foto’s van mij gemaakt op de manier zoals men foto’s maakt van een verdachte. Ik was er erg trots op.’’
Ted van der Parre, een sterk verhaal
Door Peter Joore
Ook in 2000 Anno Domini was het vrij ongebruikelijk om als Gladiator te sterven. Om je kop er met een houw af te laten hakken door Russell Crowe alleen omdat je de Sterkste Man ter Wereld bent geweest. ,,Dat was een leuke beloning,” begint Ted van der Parre vanuit zijn huidige woonplaats Honselersdijk, ,,en gelijk mijn gehele filmcarrière. Drie weken lang in Ouarzazate (Marokko) bij de Atlas Studios, waar onder andere ‘Asterix & Cleopatra’ is opgenomen. En dat alles voor 10 seconden film. Geweldig leuk om te hebben meegemaakt.” Hij is eenmaal gescreend voor een Nederlandse low-budget film. ,,Maar de hoofdrolspeler had er geloof ik moeite mee dat ik zo lang was, dus dat ging niet door.”
Melkbussen sjouwen, telefoonboeken in tweeën scheuren en rotsblokken verplaatsen. Ted van der Parre als sterkste man heeft menig huisvader doen verbleken. In vroeger tijden was ‘pappa’ onverbiddelijk de sterkste man op de hele wereld voor menig zoon, maar na de televisie introductie van AVRO’s ‘De Sterkste Man’ in 1983 (winnaar Gerard du Prie) is dit beeld voor eeuwig bijgesteld. Pappa zie je nooit lachend met een accu voor de brede borst rustig de seconden aftellen of, onderwijl grapjes makend, een vrachtwagen voort trekken, noch met boomstammen jongleren. Pappa is hooguit goed voor het opdrinken van ,,het equivalent van 20 kratten bier, die de mannen nu sjouwen,” zoals AVRO presentator Jack van der Voorn ooit enthousiast aan de kijkers mededeelde.
Hoewel in 1955 in Amsterdam geboren, is Ted van der Parre een bekende Vlaardinger. Niet in het minst door zijn rijzige postuur. Met een lengte van 2.130 millimeter, een borstomvang van 1.425 millimeter en een biceps van bijna 540 millimeter is hij tot op heden de langste deelnemer aan de Sterkste Man van de Wereld-spektakels. En met 159 kilo niet direct de lichtste ook. Tot driemaal toe Sterkste Man van Nederland in 1991, 1992 en 1994, eenmaal Europees Kampioen en eenmaal de Sterkste van de Wereld in 1992 op Tenerife. Nog altijd de enige Nederlander die dit heeft geflikt. Na Berend Venenberg (7x) en Jarno Hams (4x) mag Ted van der Parre (3x) zich nog steeds in de top van de Nederlandse Kampioenenlijst scharen.
,,Wij waren in die tijd vrijwel allemaal semi-profs. Konden er aardig van leven. Dankzij de AVRO, die een gage van 750 gulden per wedstrijd gaf. Als je dan nagaat dat wij in die tijd tussen de 50 en 70 wedstrijden per jaar deden…”
Aan de andere kant was het ook een dure sport. ,,Ik at zeker voor 300 gulden per week. Dat is ook niet niks. En altijd in dezelfde verhouding; koolhydraten (70%), eiwitten (20%) en vetten (10%). Zeker 9 tot 12.000 calorieën per dag.” Een ‘normaal’ mens heeft aan 2.500 calorieën per dag genoeg.
Het bleek in die vroege jaren tachtig een gouden greep van de AVRO om de krachtpatserijen van deze, meest goedmoedige reuzen uit te zenden. Een meer dan geslaagde vorm van zomeramusement. Wie sprak er dagen later niet nog over deze onmogelijk geachte spierenspelen met familie, vrienden, klasgenoten of collega’s. De Sterkste Man; dat moest je gewoon gezien hebben! Onderwijl stiekem thuis en vaak vergeefs oefenend met moeders driedubbeldik opgestapelde Libelles en Margrieten! Het leverde ook mooie uitnodigingen op. ,,Kreeg je een ticket en hop naar Canada, Australië of naar de Highlands. Alleen die vliegtuigen waren nooit zo’n feest met mijn lengte.”
Het was standaard een warm aanvoelend feest voor jong en oud als de moderne gladiatoren hun kunsten binnen stads- of dorpsgrenzen kwamen vertonen. Helaas kwam ook aan zijn carrière een wreed einde. Een wedstrijd in Sneek (1996) betekende voor hem een onvrijwillig, maar onvermijdelijk Waterloo. Zoals vaker bij deze menselijke mastodonten, vormden zwaar beproefde spieren en te continu gespannen ruggen het definitieve einde van vaak bloemrijke periodes als gespierd en gerespecteerde artiest. Niet zelden luidde de medische analyse: gescheurde bicepsen, tricepsen of een versleten rug.
Het lichaam als uitdaging had het gedurende alle onderdelen tijdens georganiseerde weekeinden in alle uithoeken van de wereld onverminderd zwaar te verduren. ,,De Sterkste Man staat gelijk aan de Langste Dag,” moeten de spierbundels zelf bij voortduring hebben gedacht als er weer 8 tot 10 loodzware onderdelen moesten worden afgewerkt.
Doordat de AVRO Nederland met het programma wist te boeien, heeft de Sterkste Man zich altijd in een grote populariteit mogen verheugen. Mede doordat de reuzen vrijwel allemaal een enorme aaibaarheidsfactor bleken te bezitten. Met het grootst mogelijke geduld werden reporters van antwoord en het publiek van een handtekening of ferme handdruk voorzien. Had Geoff Capes zojuist in hoog tempo een paar honderd kilo ronde steen op oliedrums gemikt, stond ‘ie nog geen halve minuut later reporter Jack van der Voorn van de televisie lachend (en puffend) te woord.
,,Ik ben later nog even trainer geweest, maar die jonge gasten dachten het beter te weten. Toen heb ik maar gauw de handdoek gegooid. Ze hebben geen ruggengraat. Jammer, maar dan kom je er ook niet. Je moet op zijn minst een vrij hoge pijngrens hebben. En keihard willen trainen.”
Eén van de zwartste bladzijden uit de carrière van Van der Parre is wel de dood van Jón Páll Sigmarsson (IJsland; 4 maal Wereld Kampioen tussen 1984 en 1990). ,,Hij overleed tijdens een training in 1993. Had leukemie. Dat wist ik niet, dus die rauwe klap was goed raak. Helaas hoort ook dit soort emoties erbij.”
Ted van der Parre. Misschien wel de meest anonieme wereldkampioen die Vlaardingen ooit heeft gekend.
Waar laat ik het kind
met water spelen
bouw ik lucht-
van zandkastelen?
De boomgaard
heeft het Kolpa overwonnen
Blauwwier triomfeert
in de plas
Waar ooit
kinderstemmen plonsden
klinkt de echo
naast een ronde gras
Waar laat ik het kind
met water spelen
bouw ik lucht-
van zandkastelen?
Teuntje Verheul- Vreugdenhil
stadsdichter
De geuren van leer en gemaaid gras
De geuren van leer en gemaaid gras.
Acht jaren oud, in 1961, ging ik voetballen
Met een droom als enige werkelijkheid
Om met die pupillen, wereldelftallen,
Kampioen te worden tegen de tijd,
Dat mijn schoenen zouden zijn versleten,
Schoenen, de mooiste die ik ooit bezat,
Die soms opduiken, die ik nooit zal vergeten,
Want ik had ze van mijn vader gehad.
Toch....., het zijn de geuren in het geheugen,
Der geuren van dat leer en het gemaaide gras,
Waarin ik mij soms weer kan verheugen,
Alsof ik weer die kleine jongen was,
Die nooit verkeerde met de kampioenen,
Maar die vloog op de geur van voetbalschoenen.
Kees Alderliesten.
Vlaardingen, 15 mei 2008
De laatste ronde op 13 September
Je had familie bij de Shell
werken voor lidmaatschap
of een hek in de late uurtjes,
minder nette avontuurtjes
in het grote bad, één stap
verwijderd van een rel.
Van een duikplank met tapijt
naar een bodem met kruis
en lompe tegels tussen groeven.
Dit park had grote troeven
met o.a. atletiek, een thuis
voor generaties met de tijd.
Onkruid i.p.v. nieuw record
nu, antikraak waakt
bij een vernieuwd, leeg bad
en al weten we wel dat
een eindfeest niet uitmaakt,
voor de sloop gaan we ervoor.
Benne van der Velde
Stadsdichter Vlaardingen 2008-2009
ter gelegenheid van het afsluitfeest bij Vijfsluizen